Over mij

Hadi hija hayat, ofwel: Zo is het leven. Voor ons, mijn echtgenoot en mijzelf, speelt dat leven zich af in El Jadida, Marokko, waar we sinds november 2012 wonen. In grote lijnen houden we ons bezig met dezelfde dingen als vóór ons vertrek uit Nederland: werk, vrienden, uitstapjes, boodschappen en sporten in de vrije tijd. Bijzonder zijn de tripjes die we in Marokko kunnen maken en het vrijwilligerswerk, om als gids buitenlanders en Marokkanen rond te leiden langs het architectonisch erfgoed in Casablanca en El Jadida. Maar vaak zit het bijzondere juist in het gewone en alledaagse van leven hier en zijn het juist deze momenten die het bijzonder maken. Een aantal wil ik graag met anderen delen door middel van dit blog. klik vooral onderaan op 'oudere berichten' voor meer posts!

zondag 4 december 2016

files en fietsen

Afbeeldingsresultaat voor photos bouchons circulation casablanca

De nieuwe cijfers zijn binnen; de afgelopen 11 maanden zijn er 134.000 nieuwe auto's verkocht in Marokko, 27,9 % meer dan in 2015. Dat betekent dat er nog meer Dacia's (38% van het totale autopark) Volkswagens (nummer 2 met 9288 verkochte auto's= 81% meer dan in 2015) en Fords zich zullen aansluiten bij de files in Casablanca. De stad is verstopt en zolang de meer vermogende Casaoui zijn/haar Range Rover of andere SUV gebruikt om in zijn/haar uppie het centre ville te bereiken, zal de stad alleen maar voller en onleefbaarder worden. Lang leve de fiets in El Jadida! (le 360.ma, 4-12-2016)

Op de lunch bij Jacques Brel

Als werk en activiteiten het toelaten, trekken we er in het weekend op uit. Enkele weken geleden was Mohammedia ons doel. Dit stadje, gelegen op 30 km ten noorden van Casablanca heette tot 1960 Fedala. Vanaf dat jaar draagt het de naam van Mohammed V, grootvader van de huidige koning, als dank voor de bewezen diensten tijdens de onafhankelijkheidsstrijd. Het is er schoon (!) en rustig. We bezoeken de kasbah, waar in de 16e eeuw de Portugezen een magazijn zouden hebben gebouwd, en wandelen door villawijken met brede groene lanen. Eén van die villa's is Sphinx, een villa die gelukkig behouden bleef voor de slopershamer. Na een restauratie (5 jaar, 20 miljoen dh=1,8 miljoen euro??!) wordt het pand geëxploiteerd als hotel-restaurant. Het is een modernistisch voorbeeld van strakke jaren '50 architectuur, ontworpen door architect Albert Planque als 'maison clos ' en werd een van de meest prestigieuze bordelen van Noord Afrika. In de naoorlogse jaren '50 en '60, als het leven in Marokko goed is, vindt de Franse en Marokkaanse elite haar weg naar de 'meisjes van Madame Andrée'. Simone de Beauvoir en Maria Callas drinken er een glaasje. Jacques Brel mag als enige gast langere tijd verblijven en heeft zijn eigen appartement dat we mogen bezoeken. We zien zijn eetkamer en salon, compleet ingericht met jaren '50 meubels. We worden rondgeleid door het hotel en zien de gerenoveerde luxe-suites, de kamers en de dubbele trappartij en deuren: één voor inkomende gasten, de andere voor de gasten die het pand verlaten!   Als we weer buiten staan zien we het bord van de nachtclub naast het hotel: Jef, naar het lied dat Brel schreef om zijn vriend te overreden naar Madame Andrée en 'les filles' te gaan;  'il parait qu'il y en a de nouvelles'. De enige 'filles' die wij zagen waren de aangeklede paspoppen in de hal, als verwijzing naar het maison clos. Van Madame Andrée geen spoor, behalve dan haar naam op de menukaart van het restaurant dat naar haar is genoemd!

vrijdag 2 december 2016

Algerijnse couscous, moeilijk te verteren!


Tussen Algerije en Marokko botert het niet zo.En nu komt Algerije met een primeur die ongetwijfeld jaloezie zal opwekken.  Algerije heeft ‘haar’ couscous  namelijk gepresenteerd voor de lijst van culinair werelderfgoed bij Unesco. Een recente archeologische vondst in een grot heeft 4200 jaar oude graankorrels aan het licht gebracht, blijkbaar oud genoeg om te concluderen dat er toen ook al couscous werd gegeten. Algerije is zich gelukkig bewust van het feit dat meer landen deze schotel als nationaal gerecht beschouwen,  dus maakt de aanvraag deel uit van een dossier voor de gehele Magrib. We kunnen dus met een gerust hart de couscous aux sept legumes blijven serveren. (zamane.ma, 2-12-16)

woensdag 30 november 2016

Over 'Sunkist' en 'Maroc' mandarijnen



Ze zijn  er weer; de karren vol met mandarijntjes! De prijs is omgekeerd evenredig met de smaak. Waren de eerste mandarijnen nog niet zo sappig en relatief duur (8dh/kg= 65 ct), nu smaken ze heerlijk en is de prijs gezakt naar 3 dh.  Eerlijk gezegd wist ik niet beter dan dat mandarijnen van oudsher deel uitmaken van de landbouwproducten van Marokko. Niets is minder waar, aan de basis van het 'Maroc' mandarijntje, staat de Californische ‘Sunkist’ mandarijn die in mijn jeugd rond Sinterklaas te koop was. Het maandblad ‘Zamane, le Maroc d’hier & d’aujourd’hui’ (nr. 68 ) wijdt er een artikel aan.    
Californië en Marokko hebben beide een droog mediterraan klimaat, Los Angeles en Casablanca liggen op dezelfde hoogtegraad. Rond 1900 reisde Amerikaanse botanisten de wereld over op zoek naar om nieuwe plantensoorten met een economische waarde voor Californië. Ze waren de eerste buitenlanders met belangstelling voor Marokkaanse soorten. Zo hebben   druiven, olijfbomen, amandelbomen en dadelpalmen met succes hun weg gevonden van Marokko naar Californië. De arganstruik, typerend voor de streek rond Essaouira, wordt gebruikt om de Californische bodem te behoeden voor erosie. Omgekeerd waren de Fransen, die tussen 1912- 1956 in Marokko de lakens uitdeelden, geïnteresseerd in de Californische fruitteelt. De productie van graan, van oudsher het belangrijkste landbouwproduct van Marokko, was te kwetsbaar dus ging men op zoek naar een rendabel product voor de Europese markt. De irrigatie en fruitteelt zoals die werd bedreven in Californië, zou het droge Marokko rendabel kunnen maken voor Frankrijk, een ‘Maroc utile’. De Franse ‘colons’ worden gestimuleerd om fruitsoorten uit de ‘metropole’ te vervangen voor Californische citrusvruchten. Vooral de variëteit ‘Valencia’ is in trek. Ook de organisatiestructuur van producteurs en de marketingmethode wordt overgenomen uit Californië waarbij het label ‘Sunkist’ wordt aangepast aan het land: ‘Maroc’. En met succes: is in 1924 slechts 265 ha van de grond van ‘colons’ beplant met citrusfruit, bij de onafhankelijkheid in 1956 is dit 30.000 ha. Met de Marokkaanse telers erbij zelfs 50.000 ha. Tot zover het artikel uit Zamane. 




donderdag 24 november 2016

Het paradijs als groentetuin .....

Elke vrijdag tussen 11 en 12 vormt een oude vijgenboom de idyllische achtergrond voor een ontmoeting van Franse pensionado’s, een enkele verdwaalde fransman waaronder de zanger 'Plastic Bertrand', een restauranteigenaar en wat ‘familles en activité’. Een dertigtal kratjes, boordevol prachtig gerangschikte biologische groenten staat klaar om opgehaald te worden. Plaats van handeling: de Europese christelijke en joodse begraafplaats van El Jadida! Geen lugubere aangelegenheid maar een vrolijk komen en gaan van mensen die een praatje met elkaar maken. De groenten worden gekweekt op een afgebakend terrein dat beheerd wordt door een stichting;  Association  du cimetière Europeen. Deze is in het leven geroepen door mensen van families die sinds lange tijd met El Jadida verbonden zijn, sommigen vanaf de 19e eeuw. Ze hebben in 2008 de handen ineen geslagen om de totaal onderkomen begraafplaats weer een acceptabel uiterlijk te geven. Nu onderhouden 2 mannen en 1 vrouw fulltime de begraafplaats en de groentetuin. De groentetuin is opgestart om de kosten van het onderhoud te dragen. Een wandeling langs de graven- in de zon sowieso al minder somber dan op een herfstdag in Nederland- toont de geschiedenis van El Jadida en haar bevolking vóór, tijdens en na het Franse protectoraat. Het eerste graf is uit 1880, er liggen Fransen, Spanjaarden, Engelsen, Italianen, een enkele Armeen en wat Polen. Opvallend veel kindergraven uit de jaren ’20, als gevolg van een kinkhoest epidemie. Er staat een gedenknaald voor de twee slachtoffers uit een van de twee wereldoorlogen. Op een hoek bevindt zich het familiegraf van de joodse familie Delanoë die als artsen veel voor de lokale bevolking hebben betekend. Ook het familiegraf van Lescoul, is hier te vinden. Hier rusten de eigenaar van het eerste hotel buiten de cité portugaise en diens dochter, die als eerste vrouw in El Jadida haar rijbewijs haalde. Het hotel zelf staat sinds een paar maanden helaas geheel onderkomen bij en zal binnen niet al te lange tijd net als de familie Lescoul zelf, ook ter ziele zijn, maar daarover een andere keer meer. 

zondag 20 november 2016

De ronde van Oualidia.


Vandaag hebben we onder een stralende zon de ronde van Oualidia gelopen, Etienne 12 km, ikzelf 7. Oualidia ligt op 80 km ten zuiden van El Jadida, aan zee.  De kustweg van El Jadida naar Oualidia gaat door een mooi landschap, tenminste als je Jorf Lasfar –het industriegebied waar ook de centrale van TAQA staat- bent gepasseerd. Daarna rijd je langs glooiende velden waarop groenten worden geteeld. De percelen worden omzoomd door riethagen om de boontjes, wortelen, kolen etc tegen de wind te beschermen. Ze lopen door tot vlak aan zee, gescheiden door een rotswand of stukje duin. Dichtbij Oualidia liggen zoutpannen, door een landtong beschermd tegen de zee. Bovenop het duin ligt een mausoleum van een Heilige, met wat huisjes erom heen. Langs de weg en op de zijweggetjes spelen kinderen, rijden vrouwen op ezeltjes, staan mensen te wachten op een ‘grand taxi’. Alles biedt een zeer vredig beeld van het Marokkaanse platteland. Aan de oostkant van de weg is het landschap vaak dor en droog, rotsachtig. Meer landinwaarts loopt dit verder door. We passeren enkele dorpen; vaak niet meer dan wat winkeltjes, een paar café’s , wat slagers en een moskee. Oualidia zelf is ook geen wereldstad, maar er is een peperduur hotel en de koning heeft er een paleis, Oualidia is namelijk beroemd om de mooie lagune. In de zomer barst het hier van de toeristen. Je kunt in een bootje een tochtje maken over de lagune en je laten afzetten op het eiland. Hier kun je dan ter plekke je verse vis uitzoeken, kopen, laten grillen en opeten. Je waant je op een bounty-eiland; wel je eigen wijn meenemen! Een andere trekpleister is de oestercultuur in de lagune. Voor wie ervan houdt een paradijs. Maar vandaag komen we voor ‘la Ronde’. Direct na de start een heuvel op, oef. Dan langs de weg tot we naar beneden mogen, richting strand. Eerst nog een extra bocht, revitaillement met water, dadels, rozijnen, mandarijnen en bananen! Goede organisatie! Dan een bocht naar links: het strand; zwaar! Nog een stuk door een soort moerasje en tenslotte de finish in zicht. En  als beloning een medaille in de vorm van; juist ja, een oester!

donderdag 17 november 2016

super lune !


Deze foto genomen van de 'supermaan' dichtbij moskee Hassan II in Casablanca circuleert op social media. De fotograaf Sife Elamine heeft gebruik gemaakt van een overlapping van twee foto's. Het resultaat is er niet minder mooi om! (ledesk.ma 16-11-2016)

petit taxi


Een dagje ‘Casa’ begint meestal met een autoritje naar het station in El Jadida. Dat ligt namelijk niet ín de stad maar erbuiten, aan de spoorlijn Casablanca-Safi.  Dan 1,5 uur trein tot ‘Casa Gare Oasis’ en vandaar met de tram of petit taxi door naar bestemming. Vandaag is dat restaurant  Sqala, waar een groep toeristen op me wacht voor een rondleiding in de ‘ancienne medina’. Niet te bereiken per tram, dus op zoek naar een taxi.* Dit vergt een speciale tactiek die ik onderhand wel n beetje beheers.  Bij de uitgang van het station staan alleen taxi’s van chauffeurs die weigeren de meter te gebruiken, dus ga ik altijd een stukje verderop staan. Meestal heb je dan binnen 5 minuten wel beet. Door ervaring wijs geworden weet ik dat als ik meteen zeg dat ik naar Sqala wil, ze moeilijk kunnen doen over de meter en een veel te hoge vaste prijs vragen. Dus verruim ik mijn bestemming naar ‘medina’. Dat werkt! So far so good, de meter gaat aan en we rijden weg! Dan wordt de chauffeur wakker en vraagt waar precies in de medina. Op mijn  antwoord 'Sqala’ zegt hij meteen dat de meter niet goed werkt en vraagt een vaste prijs van 30 dirham.  De precieze prijs weet ik niet maar 30 dh is sowieso teveel. Dus ik maak aanstalten om uit te stappen ( de helft van de rit sta je stil bij een stoplicht)  en zeg dat dat te veel is. ‘Ok, ok blijf maar zitten’, dat had hij niet verwacht. Twee straten verder, na diverse bijna-aanrijdingen, is zijn meter opeens kapot. ‘Zie je wel, ik zei t toch’ is zijn commentaar. Dan ga ik foeteren, want ik wil best 30 dh betalen als het maar een eerlijke prijs is, ik wil me niet laten uitpersen omdat ik geen Marokkaan ben. Dus gaat de meter weer aan, zodat we het nieuwe bedrag kunnen optellen bij de 7 dh die er al stond. Met een sputterende chauffeur rijden we verder en wonder-boven-wonder blijft de meter werken tot we op bestemming zijn. Daar staat het totaal op 23 dh. Als ik uitstap komt de volgende klant al aanlopen, ik neem aan dat de meter nu wel blijft werken..... 
* in februari 2016 reden er 11.200 petit taxis of taxi rouges rond in Casablanca, in heel Marokko 32.000  (fr.le360.ma 17-11-2016)

woensdag 16 november 2016

grijze economie met n kleurtje!



Eén van de kenmerken van een ‘emerging country‘  als Marokko, is de informele sector ofwel ‘grijze’ economie. In ‘Geschiedenis van Marokko’ (Bulaaq, 2012) stellen Herman Obdeijn en Paolo De Mas dat in 2012 meer dan 70% van de stedelijke bevolking afhankelijk is van de informele sector. Voor ons is deze ‘grijze’ economie zichtbaar door timmerlieden, loodgieters en elektriciens die hun diensten aanbieden voor één of andere klus. Ze zitten bij elkaar op een vaste plek in de stad, en hun ambacht is herkenbaar aan uitgestald gereedschap en wat opgerold elektriciteitsdraad of buizen met daaraan een kaartje met telefoonnummer.  Ook vissers en landarbeiders weten vaak niet hoeveel geld ze ’s avonds in hun zak hebben. Hetzelfde geldt voor de groente –en fruitverkopers die ‘s ochtends vroeg groente en fruit, gekocht op de ‘marché en gros’, op handkarren laden. De bedoeling is dat de kleurrijke berg snel slinkt. Aan het eind van de middag komen anderen in touw. Bij de eenvoudige versie van een foodtruck is ‘fastfood’ te koop:  geroosterde tuinbonen en maiskolven, harira en warme graansoep, suikerrietsap of  granaatappelsap. Op het trottoir wordt met  plastic zeildoek een plek afgebakend waarop koopwaar wordt uitgestald. Alles wat je (niet) nodig hebt is te koop. Speelgoed, pyjama’s onderbroeken, CD’s, schoenen, gereedschap, tajines, servies, zonnebrillen (alles made in China, behalve de tajines!) en voorafgaand aan het offerfeest: messen, touw om de arme schapen vast te binden, zakken houtskool en hooi. Maar de meest bijzondere koopwaar zijn toch wel de goudvissen in hun kom, compleet mét felgekleurd deksel uitgestald op een straathoek!

inburgeren 2

Ik sta alweer bij n fruitverkoper, in de ‘Kalverstraat’ van El Jadida (‘n goede plek om mijn Marokkaans te oefenen en het beste fruit!) als iemand mijn Gazellefiets bekijkt en me vervolgens in het Nederlands mét ‘n Brabants accent vraagt: ‘komt u uit Nederland?’ Blijkt na enig heen-en-weer-praten dat hij al 43 jaar in mijn geboortestad Den Bosch woont, ruim twee keer zolang als ik daar zelf heb vertoefd. Wie burgert waar in?

COP 22 in Marrakesh!

Ook in Nederland zal het niemand ontgaan dat de opvolger van de COP 21 uit Parijs, dit jaar in Marrakesh gehouden wordt. Alle nieuwssites berichtten hier al uitgebreid over, en één van de grote acties die door de Marokkaanse overheid is ondernomen, is Operation zéro mica, wat zoveel betekent als ‘geen plastic’. Nu is één van de meest opvallende dingen in Marokko de grote hoeveelheid plastic afval, in de stad maar vooral op het platteland. Overal is duidelijk waar de wekelijkse souk wordt gehouden en in de rivierbeddingen stroomt in de zomer  geen water, maar ze worden gebruikt als afvalstortplaats. Als voorsprong op de COP 22, heeft de overheid dus per 1 juli alle plastic zakken verboden. Natuurlijk houden de grote supermarkten zich hieraan en bieden een alternatief in de vorm van papieren zakken voor groenten en fruit, plastic doosjes (hoezo zéro mica ??) voor olijven en grote tassen voor de rest. Maar de fruitverkoper op straat? De kilo perziken, de kersen en mandarijntjes gaan nog altijd in de plastic zak. De groenteman op de Marché Central heeft een andere oplossing: voor 2 of 3 dirham –afhankelijk van het formaat-  kun je een tas kopen die gemaakt is van oude meelzakken. Stevig en gerecycled materiaal, maar blijft er voor die prijs nog geld over voor degene die de tassen in elkaar stikt? En heeft de overheid de voorraad plasticzakken opgekocht van de man wiens winkeltje tot de nok toe gevuld is met plasticzakken in alle soorten en maten? Zoals in veel gevallen worden maatregelen genomen en daarna maar voor de helft nageleefd, simpelweg omdat er voor veel mensen geen andere mogelijkheid is.

harira van Samira

Sinds een tijdje eten we regelmatig harirasoep. Niet omdat het ramadan is en er dan in ieder huishouden een maand lang harira op het menu staat. Nee, het is een ‘cadeautje’ voor de uurtjes waarin ik Badr, de tienjarige zoon van Hamid en Samira,  wegwijs probeer te maken met de Franse taal. Badr zit in de laatste klas van het openbaar onderwijs en maakt dus volgend jaar de stap naar de “sixieme”. Het onderwijs in Marokko is een hoofdpijndossier van de regering. Badr maakt deel uit van de groep die is aangewezen op l’ education publique, waar in het Arabisch wordt lesgegeven, in tegenstelling tot onze buurkinderen, die het privilege hebben naar het Franstalige privé-onderwijs te kunnen. Een groter contrast is bijna niet denkbaar: Het jongetje dat halve dagen naar het dorpsschooltje gaat, om-en-om de ochtend en de middag omdat er zoveel leerlingen zijn dat er in twee ‘shift’s lesgegeven moet worden. En de buurkinderen, die dit jaar hopen te slagen voor hun  Franse ‘Bac’ en voor wie een toekomst wacht op een Franse universiteit of hogeschool. –waarvoor hun ouders overigens wel krom moeten liggen.- En zo leeft Marokko op twee sporen. Het ene spoor is voor kinderen als Badr, die weliswaar niet over een telefoon of tablet beschikt maar met zijn broertjes en neefjes de ruimte heeft om buiten te spelen en kattenkwaad kan uithalen. Op het andere spoor leven de puber-buurkinderen die onder begeleiding van hun ouders met de auto naar school en vriendjes gebracht worden en weinig fysieke ‘speelruimte’ hebben.  Wie er uiteindelijk gelukkiger door het leven zal gaan is moeilijk te zeggen. In ieder geval word ik erg blij van Badr’s  enthousiasme. Ik kom er iedere keer vrolijk vandaan, met naast me op de autostoel een pannetje. En zo eten wij ook buiten de ramadan regelmatig harira.

inburgeren 1

Wanneer ben je ingeburgerd? Of wek je in ieder geval de schijn bij de lokale bevolking?Ik parkeer mijn fiets bij de kar van een mul-dessert, een fruitverkoper. (het standaard dessert hier bestaat uit fruit) Terwijl ik mijn perziken in een zak doe om te laten wegen, komt er een vrouw naast me staan. Tot mijn verbazing richt ze zich niet tot de verkoper, maar vraagt ze aan mij hoe duur het fruit is, natuurlijk in het Marokkaans. Ik kan niet zo snel omrekenen naar real -de oude munteenheid die vaak wordt gebruikt op de markt- delen door 2 en dan de 0 eraf halen. Toch voel ik me een echte 'Jdidia' als ik haar in het Marokkaans heel nonchalant, maar van binnen apetrots, de prijs in dirham kan vertellen !

Over Berbers, Arabieren, Portugezen en Fransen.


In de geschiedenis van El Jadida wisselen verschillende culturen elkaar af. Sommige hebben een duidelijk stempel op de stad gedrukt dat vandaag nog zichtbaar is. Zeer waarschijnlijk werd het gebied in de oudheid bewoond door Berbers. Pheniciers en Romeinen zouden hier voet aan wal hebben gezet. De Andalusische geograaf Al Idrissi spreekt in 1154 over  een plaats aan zee; ‘Mâzaghan’,  op 65 mijl van Anfa (Casablanca).  Ruim driehonderd jaar later worden de laatste moslims uit Andalusië verjaagd. De reconquista is in volle gang en de Portugezen zijn op zoek naar expansieruimte  voor het christendom en handelsmogelijkheden in westelijk Afrika en later Brazilië. Langs de Marokkaanse kust bouwen ze een tiental vestingen, waarvan El Jadida er één is. Voor de meeste steden (Agadir, Essaouira en Azemmour) duurt de Portugese bezetting hooguit 50 jaar, El Jadida blijft meer dan 250 jaar onder Portugees bewind. In die tijd heet de stad Mazagao.