Stel je voor; een typisch Marokkaans café: ronde tafeltjes voor twee personen, plastic stoelen met modern netwerkpatroon. De stoelen zijn meestal bezet door mannen die allemaal dezelfde kant op kijken; naar buiten. Behalve tijdens een voetbalwedstrijd. Dan draaien de gasten hun stoel richting het tv-scherm, tenminste als de caféhouder een -illigaal- abonnement heeft op de Arabische sportzender beIn heeft geregeld. Gezien de hoge prijs die hiervoor moet worden betaald, kan niet iedereen zich dit thuis veroorloven. Vaste klanten nemen een 'koffieabonnement' zodat ze tijdens wedstrijden recht te hebben op een zitplaats. Dus zitten de café's nu nog voller dan anders, want Marokko speelt de Coupe d'Afrique. De fans, gehuld in winterjassen, of djellaha's zul je gisteren niet hebben horen klagen over de kou. Want na een aarzelend begin van het toernooi, wisten 'les Lions de l'Atlas' na 13 jaar een plaats in de kwartfinale zeker te stellen door met 1-0 te winnen van de 'Olifanten' uit Cote d'Ivoire. Eén van de Leeuwen is Feyenoorder El Ahmadi. Wij volgen de wedstrijd thuis, maar door constante onderbrekingen en beeld dat blijft hangen, zien we pas later dat 'we' gewonnen hebben. Of eigenlijk hóren we het: toeterende auto's rijden voorbij, jongeren op scooters, pick-upwagentjes met knipperlichten aan, half buitenboord hangend en met vlaggen zwaaiend. In Casablanca schijnt het tot in de late uurtjes onrustig te zijn geweest. Zondag de kwart finale, Misschien moeten wij ook maar een stoeltje reserveren voor het geval 'we' winnen, Incha Allah wordt de euforie van gisteren na zondag nog verlengd,
Over mij
- karlijnmaroc.blogspot.com
- Hadi hija hayat, ofwel: Zo is het leven. Voor ons, mijn echtgenoot en mijzelf, speelt dat leven zich af in El Jadida, Marokko, waar we sinds november 2012 wonen. In grote lijnen houden we ons bezig met dezelfde dingen als vóór ons vertrek uit Nederland: werk, vrienden, uitstapjes, boodschappen en sporten in de vrije tijd. Bijzonder zijn de tripjes die we in Marokko kunnen maken en het vrijwilligerswerk, om als gids buitenlanders en Marokkanen rond te leiden langs het architectonisch erfgoed in Casablanca en El Jadida. Maar vaak zit het bijzondere juist in het gewone en alledaagse van leven hier en zijn het juist deze momenten die het bijzonder maken. Een aantal wil ik graag met anderen delen door middel van dit blog. klik vooral onderaan op 'oudere berichten' voor meer posts!
woensdag 25 januari 2017
zondag 4 december 2016
files en fietsen
De nieuwe cijfers zijn binnen; de afgelopen 11 maanden zijn er 134.000 nieuwe auto's verkocht in Marokko, 27,9 % meer dan in 2015. Dat betekent dat er nog meer Dacia's (38% van het totale autopark) Volkswagens (nummer 2 met 9288 verkochte auto's= 81% meer dan in 2015) en Fords zich zullen aansluiten bij de files in Casablanca. De stad is verstopt en zolang de meer vermogende Casaoui zijn/haar Range Rover of andere SUV gebruikt om in zijn/haar uppie het centre ville te bereiken, zal de stad alleen maar voller en onleefbaarder worden. Lang leve de fiets in El Jadida! (le 360.ma, 4-12-2016)
Op de lunch bij Jacques Brel
Als werk en activiteiten het toelaten, trekken we er in het weekend op uit. Enkele weken geleden was Mohammedia ons doel. Dit stadje, gelegen op 30 km ten noorden van Casablanca heette tot 1960 Fedala. Vanaf dat jaar draagt het de naam van Mohammed V, grootvader van de huidige koning, als dank voor de bewezen diensten tijdens de onafhankelijkheidsstrijd. Het is er schoon (!) en rustig. We bezoeken de kasbah, waar in de 16e eeuw de Portugezen een magazijn zouden hebben gebouwd, en wandelen door villawijken met brede groene lanen. Eén van die villa's is Sphinx, een villa die gelukkig behouden bleef voor de slopershamer. Na een restauratie (5 jaar, 20 miljoen dh=1,8 miljoen euro??!) wordt het pand geëxploiteerd als hotel-restaurant. Het is een modernistisch voorbeeld van strakke jaren '50 architectuur, ontworpen door architect Albert Planque als 'maison clos ' en werd een van de meest prestigieuze bordelen van Noord Afrika. In de naoorlogse jaren '50 en '60, als het leven in Marokko goed is, vindt de Franse en Marokkaanse elite haar weg naar de 'meisjes van Madame Andrée'. Simone de Beauvoir en Maria Callas drinken er een glaasje. Jacques Brel mag als enige gast langere tijd verblijven en heeft zijn eigen appartement dat we mogen bezoeken. We zien zijn eetkamer en salon, compleet ingericht met jaren '50 meubels. We worden rondgeleid door het hotel en zien de gerenoveerde luxe-suites, de kamers en de dubbele trappartij en deuren: één voor inkomende gasten, de andere voor de gasten die het pand verlaten! Als we weer buiten staan zien we het bord van de nachtclub naast het hotel: Jef, naar het lied dat Brel schreef om zijn vriend te overreden naar Madame Andrée en 'les filles' te gaan; 'il parait qu'il y en a de nouvelles'. De enige 'filles' die wij zagen waren de aangeklede paspoppen in de hal, als verwijzing naar het maison clos. Van Madame Andrée geen spoor, behalve dan haar naam op de menukaart van het restaurant dat naar haar is genoemd!
vrijdag 2 december 2016
Algerijnse couscous, moeilijk te verteren!
Tussen Algerije en Marokko botert het niet zo.En nu komt Algerije met een primeur die ongetwijfeld jaloezie zal opwekken. Algerije heeft ‘haar’ couscous namelijk gepresenteerd voor de lijst van culinair werelderfgoed bij Unesco. Een recente archeologische vondst in een grot heeft 4200 jaar oude graankorrels aan het licht gebracht, blijkbaar oud genoeg om te concluderen dat er toen ook al couscous werd gegeten. Algerije is zich gelukkig bewust van het feit dat meer landen deze schotel als nationaal gerecht beschouwen, dus maakt de aanvraag deel uit van een dossier voor de gehele Magrib. We kunnen dus met een gerust hart de couscous aux sept legumes blijven serveren. (zamane.ma, 2-12-16)
woensdag 30 november 2016
Over 'Sunkist' en 'Maroc' mandarijnen
Ze zijn er weer; de karren vol met mandarijntjes! De
prijs is omgekeerd evenredig met de smaak. Waren de eerste mandarijnen nog niet
zo sappig en relatief duur (8dh/kg= 65 ct), nu smaken ze heerlijk en is de
prijs gezakt naar 3 dh. Eerlijk gezegd
wist ik niet beter dan dat mandarijnen van oudsher deel uitmaken van de
landbouwproducten van Marokko. Niets is minder waar, aan de basis van het 'Maroc' mandarijntje, staat de Californische ‘Sunkist’
mandarijn die in mijn jeugd rond Sinterklaas te koop was. Het maandblad ‘Zamane, le
Maroc d’hier & d’aujourd’hui’ (nr. 68 ) wijdt er een artikel aan.
Californië en Marokko hebben beide een droog mediterraan klimaat, Los Angeles en Casablanca
liggen op dezelfde hoogtegraad. Rond 1900 reisde Amerikaanse botanisten de wereld
over op zoek naar om nieuwe plantensoorten met een economische waarde voor
Californië. Ze waren de eerste buitenlanders met belangstelling voor Marokkaanse
soorten. Zo hebben druiven, olijfbomen,
amandelbomen en dadelpalmen met succes hun weg gevonden van Marokko naar Californië.
De arganstruik, typerend voor de streek rond Essaouira, wordt gebruikt om de Californische
bodem te behoeden voor erosie. Omgekeerd waren de Fransen, die tussen 1912-
1956 in Marokko de lakens uitdeelden, geïnteresseerd in de Californische fruitteelt.
De productie van graan, van oudsher het belangrijkste landbouwproduct van
Marokko, was te kwetsbaar dus ging men op zoek naar een rendabel product voor
de Europese markt. De irrigatie en fruitteelt zoals die werd bedreven in
Californië, zou het droge Marokko rendabel kunnen maken voor Frankrijk, een ‘Maroc
utile’. De Franse ‘colons’ worden gestimuleerd om fruitsoorten uit de ‘metropole’
te vervangen voor Californische citrusvruchten. Vooral de variëteit ‘Valencia’ is
in trek. Ook de organisatiestructuur van producteurs en de marketingmethode wordt
overgenomen uit Californië waarbij het label
‘Sunkist’ wordt aangepast aan het land: ‘Maroc’. En met succes: is in 1924
slechts 265 ha van de grond van ‘colons’ beplant met citrusfruit, bij de onafhankelijkheid
in 1956 is dit 30.000 ha. Met de Marokkaanse telers erbij zelfs 50.000 ha. Tot zover het artikel uit Zamane.
donderdag 24 november 2016
Het paradijs als groentetuin .....
Elke vrijdag
tussen 11 en 12 vormt een oude vijgenboom de idyllische achtergrond voor een
ontmoeting van Franse pensionado’s, een enkele verdwaalde fransman waaronder de zanger 'Plastic Bertrand', een restauranteigenaar en wat
‘familles en activité’. Een dertigtal kratjes, boordevol prachtig
gerangschikte biologische groenten staat klaar om opgehaald te worden. Plaats
van handeling: de Europese christelijke en joodse begraafplaats van El Jadida! Geen lugubere aangelegenheid maar een vrolijk komen en gaan van mensen die een praatje
met elkaar maken. De groenten worden gekweekt op een afgebakend terrein dat beheerd
wordt door een stichting;
Association du cimetière
Europeen. Deze is in het leven geroepen door mensen van families die sinds lange tijd met El Jadida verbonden zijn, sommigen vanaf de 19e
eeuw. Ze hebben in 2008 de handen ineen geslagen om de totaal onderkomen
begraafplaats weer een
acceptabel uiterlijk te geven. Nu onderhouden 2 mannen en 1 vrouw fulltime de
begraafplaats en de groentetuin. De groentetuin is opgestart om de kosten van
het onderhoud te dragen. Een wandeling langs de graven- in de zon sowieso al
minder somber dan op een herfstdag in Nederland- toont de geschiedenis van El
Jadida en haar bevolking vóór, tijdens en na het Franse protectoraat. Het
eerste graf is uit 1880, er liggen Fransen, Spanjaarden, Engelsen, Italianen,
een enkele Armeen en wat Polen. Opvallend veel kindergraven uit de jaren ’20,
als gevolg van een kinkhoest epidemie. Er staat een gedenknaald voor de twee slachtoffers uit een van de twee wereldoorlogen. Op een hoek bevindt zich het familiegraf van de joodse familie Delanoë die als artsen veel voor de lokale bevolking
hebben betekend. Ook het familiegraf van Lescoul, is hier te vinden. Hier rusten de eigenaar van het eerste
hotel buiten de cité portugaise en diens dochter, die als eerste vrouw in El
Jadida haar rijbewijs haalde. Het hotel zelf staat sinds een paar maanden
helaas geheel onderkomen bij en zal binnen niet al te lange tijd net als de
familie Lescoul zelf, ook ter ziele zijn, maar daarover een andere keer meer.
zondag 20 november 2016
De ronde van Oualidia.
Vandaag hebben
we onder een stralende zon de ronde van Oualidia gelopen, Etienne 12 km, ikzelf
7. Oualidia ligt op 80 km ten zuiden van El Jadida, aan zee. De kustweg van El Jadida naar Oualidia gaat
door een mooi landschap, tenminste als je Jorf Lasfar –het industriegebied waar
ook de centrale van TAQA staat- bent gepasseerd. Daarna rijd je langs glooiende
velden waarop groenten worden geteeld. De percelen worden omzoomd door
riethagen om de boontjes, wortelen, kolen etc tegen de wind te beschermen. Ze lopen
door tot vlak aan zee, gescheiden door een rotswand of stukje duin. Dichtbij
Oualidia liggen zoutpannen, door een landtong beschermd tegen de zee. Bovenop het duin ligt een mausoleum van een Heilige, met wat huisjes erom heen. Langs de weg
en op de zijweggetjes spelen kinderen, rijden vrouwen op ezeltjes, staan mensen te
wachten op een ‘grand taxi’. Alles biedt een zeer vredig beeld van het
Marokkaanse platteland. Aan de oostkant van de weg is het landschap vaak dor en
droog, rotsachtig. Meer landinwaarts loopt dit verder door. We passeren enkele
dorpen; vaak niet meer dan wat winkeltjes, een paar café’s , wat slagers en een
moskee. Oualidia zelf is ook geen wereldstad, maar er is een peperduur hotel en de
koning heeft er een paleis, Oualidia is namelijk beroemd om de mooie lagune. In
de zomer barst het hier van de toeristen. Je kunt in een bootje een tochtje maken over de lagune en je laten
afzetten op het eiland. Hier kun je dan ter plekke je verse vis uitzoeken, kopen,
laten grillen en opeten. Je waant je op een bounty-eiland; wel je eigen wijn
meenemen! Een andere trekpleister is de oestercultuur in de lagune. Voor wie
ervan houdt een paradijs. Maar vandaag komen we voor ‘la Ronde’. Direct na de
start een heuvel op, oef. Dan langs de weg tot we naar beneden mogen, richting
strand. Eerst nog een extra bocht, revitaillement met water, dadels, rozijnen,
mandarijnen en bananen! Goede organisatie! Dan een bocht naar links: het
strand; zwaar! Nog een stuk door een soort moerasje en tenslotte de finish in
zicht. En als beloning een medaille in
de vorm van; juist ja, een oester!
Abonneren op:
Posts (Atom)
