Ook in 2018 openen verschillende monumenten in El Jadida hun deur tijdens de Journées Patrimoine. Helaas loopt de organisatie niet echt op rolletjes, en is het circuit beperkt tot de Cité Portugaise, maar uiteindelijk telt het resultaat! Vooral op vrijdag is het rondleiden een feestje! Dan komen schoolklassen voor een 'visite guidée'. Privé scholen met leerlingen die nooit van hun leven één stap in de Cité Portugaise hebben gezet, maar ook leerlingen van een 'ecole publique' die zelf in de Cité wonen, maar de pareltjes ervan nooit hebben kunnen bewonderen. En zo komen ze aangelopen, achter elkaar strak in het gelid, in rijen van twee of wat losser, afhankelijk van de school. We vertellen over de Portugezen, hoe die het fort hebben gebouwd en later uitgebreid door de dikke verdedigngsmuren rond de stad te bouwen. Ze horen over de cisterne die eerst als wapenopslag werd gebruikt, voordat het een wateropslag werd én ze klimmen boven op het dakterras, dat één keer per jaar open is. Ze leren hoe bijzonder het leven hier was in de 19e eeuw, toen moslims, joden en christenen vredig naast en met elkaar in de Cité Portugaise woonden. Op de poster zijn niet voor niets drie gebouwen uitgelicht: de Portugese kerk, de moskee en de Spaanse kerk, nu hotel. De synagoges zijn helaas verdwenen of bouwvallig. Natuurlijk mogen de kinderen verschillende gebouwen van binnen bezoeken. De Portugese kerk uit de 16e eeuw die nu dienst doet als theater. De statige riad van de Pacha, nu bewoond door een fransman die zijn huis genereus openstelt. De Spaanse Iglesia, nu een mooi gerestaureerd hotel met torentje. Voorla de kerkklok die op de begane grond is neergezet, maakt indruk. En als de vergelijking wordt gemaakt met de oproep tot het gebed van de moslims, is de kerk opeens niet meer zo vreemd. Natuurlijk gaan we de cisterne binnen, de meest gefotografeerde plek van El Jadida. En nu maar hopen dat de kinderen het verhaal doorvertellen aan hun ouders zodat die hun vooroordelen zullen bijstellen. Want helaas wordt de Cité Portugaise door veel mensen nog steeds gezien als een gevaarlijke volkswijk die je maar beter kunt mijden!
Over mij
- karlijnmaroc.blogspot.com
- Hadi hija hayat, ofwel: Zo is het leven. Voor ons, mijn echtgenoot en mijzelf, speelt dat leven zich af in El Jadida, Marokko, waar we sinds november 2012 wonen. In grote lijnen houden we ons bezig met dezelfde dingen als vóór ons vertrek uit Nederland: werk, vrienden, uitstapjes, boodschappen en sporten in de vrije tijd. Bijzonder zijn de tripjes die we in Marokko kunnen maken en het vrijwilligerswerk, om als gids buitenlanders en Marokkanen rond te leiden langs het architectonisch erfgoed in Casablanca en El Jadida. Maar vaak zit het bijzondere juist in het gewone en alledaagse van leven hier en zijn het juist deze momenten die het bijzonder maken. Een aantal wil ik graag met anderen delen door middel van dit blog. klik vooral onderaan op 'oudere berichten' voor meer posts!
donderdag 12 april 2018
dinsdag 10 april 2018
Eerbetoon aan een een sterk staaltje stedebouw; de Habous
Donderdagavond, een taxiritje van station Oasis in Casablanca naar de Mahkama (oude rechtbank) in de wijk habous. De taxichauffeur vertelt me enthousiast hoe oud de wijk wel niet is. Uit zestien - of zeventienhonderd; héél oud! En zo wordt het beeld dat sommige Casaoui van hun stad hebben bevestigd. Voor hen is de Habous ééuwenoud, Véél ouder dan de oude medina bij de haven. En dat terwijl de wijk ontworpen werd door Franse architecten en werd voltooid in de jaren '50 van de vorige eeuw! Natuurlijk, de architectuur bedriegt, want de oude medina's van Fes en Rabat hebben als inspiratiebron gediend. De mensen met wie ik de Mahkama binnenlopen weten beter. Zij komen net als ik voor de- lang verwachte- presentatie van het boek van Ghislaine Meffre over deze wijk. Meffre is geboren en getogen in Casablanca en kleindochter van architect Edmond Brion, die zich samen met zijn collega en vriend Auguste Cadet bezighield met de ontwerpplannen. Als het franse protectoraat in 1912 wordt geinstalleerd, is het de bedoeling dat er in een tiental steden een 'ville nouvelle' wordt gebouwd, volgens de nieuwste Europese normen. De medina blijft voorbehouden aan de moslims want men is van mening dat de gebruiken van de twee bevolkingsgroepen moeilijk zijn te verenigen. In een officieel rapport schrijft architect Laprade : 'les femmes musulmane n'ont que les terrasses des leurs maisons pour se devoiler et vivre à la lumière. ...toute fenetre ayant vue sur les terasses et cours est donc interdit.' Het moderne leven van de Europeaan speelt zich af in de 'Ville Nouvelle'. Maar als de uitbreiding van de haven meer werk en meer arbeiders aantrekt, komen ook Marokkanen uit het binnenland naar Casablanca. En natuurlijk is het niet de bedoeling dat die allemaal de groot opgezette boulevards gaan 'vervuilen' met hun ezels en kamelen. Dus wordt al snel het plan opgevat om een nieuwe medina te bouwen aan de rand van de stad. Om te voorkomen dat de nieuwe bewoners zich teveel ontheemd zullen voelen, wordt deze wijk opgezet als een oude medina. Met dit verschil dat de voorzieningen wél modern zijn. riolering, electriciteit en stromend water. Deze combinatie van 'oud' en modern blijkt geslaagd. Zo geslaagd dat de bewoners voor wie de wijk eigenlijk bedoeld is, al gauw plaats zullen maken voor meer gefortuneerde mensen die ook vanuit het binnenland naar de stad trekken. Kooplui uit Fes en Marrakesh strijken neer in de Habous. En ik geef ze geen ongelijk, want de wijk is een oase van rust, met de kleine straten, de pleintjes en de pittoreske doorkijkjes. Niet voor niks is het één van de trekpleisters van Casablanca, dat écht oude monumenten ontbeert. Zeer terecht dus dat er nu honderd jaar later eindelijk een boek is gewijd aan dit bijzondere stedebouwkundig project.
Natuurlijk begint de presentatie niet op het aangekondigde uur. Dus dat geeft me de tijd om van het architectonische vakmanschap van de rechtbank te genieten, een glas thee met koekje te nemen en met bekenden van Casamémoire bij te kletsen. Zo'n anderhalf uur later komen de BoBo's binnen en begint de ceremonie. Na de gebruikelijke speeches krijg een bewoner met zijn pleidooi voor een museum in de Mahkama een groot applaus. Want hier raakt hij een gevoelig snaar; Casablanca kent -naast drie privé-musea -niet één museum dat gefinancierd is door de staat of de gemeente. Maar het meeste werd ik geraakt toen de vaklieden die een bijdrage aan de Mahkama hebben geleverd.werden geëerd. Hun zonen krijgen elk een boek overhandigd, een mooi gebaar. Natuurlijk kan ik niet nalaten het boek te kopen en Ghislaine is zo vriendelijk op de eerste bladzijde een klein persoonlijk woordje te schrijven. Zo voel ik me via de kleindochter een héél klein beetje verbonden met de architecten!
zondag 25 maart 2018
Le petit Prince op de Boulevard Mohamed V
Tijdens de eerste decennia van de 19e eeuw, doet de moderne tijd haar intrede in Marokko. Casablanca, de stad die in 1906 nog een onbeduidend haventje was, maar tot grootste havenstad van Noord Afrika zou uitgroeien, neemt al snel een voorbeeldfunctie in. Zo is te zien op de gevel van het postkantoor op het Place Mohamed V, waar bij de bouw in 1918 twee medaillons zijn aangebracht. Op de linker is een tweedeksvliegtuigje te zien, op de rechter een stoomboot. Ze staan symbool voor de nieuwe manieren van transport. Het vliegtuig doet me aan mijn mondeling eindexamen Frans denken. Net als het café 'Le petit Poucet', waar ik tijdens een rondleiding op de Boulevard Mohamed V blijf staan. Ik vertel over schrijver Antoine de Saint Exupèry , die hier in de jaren '20 zijn koffie dronk.. En het ultra-dunne,maar driedubbel gelaagde boekje 'Le petit Prince' schreef, dat ik op het mondeling besprak. Althans, probeerde, want echt lekker liep het niet. Maar de schrijver intrigeerde me toen al wel. Behalve schrijver was hij namelijk piloot van de Compagnie Générale Aéropostale die vanaf de jaren '20 post van Toulouse naar Senegal vervoert. Ondanks een tussenstop in Casablanca is de afstand tot Dakar nog groot. Zo groot dat piloten wel eens stranden in de woestijn. De Sahara om precies te zijn, waar het verhaal van Le petit Prince zich afspeelt. Dat alles dankzij Pierre-Georges Latécoère, een franse vliegtuigbouwer uit Toulouse. In 1918 blijft hij met zijn vliegtuigen zitten, als de Franse staat ná de eerste wereldoorlog geen vliegtuigen meer nodig heeft. Dan komt Latècoére op een lumineus idee: de luchtpost. Er wonen al rond de 80.000 Europeanen in Marokko die natuurlijk post uit 'la patrie' ontvangen. In plaats van één week per schip, kan een vliegtuig de post in minder dan 2 dagen bezorgen. Op 3 maart 1919 onderneemt de fransman zelf de eerste poging vanuit Toulouse. Deze mislukt, net als de tweede poging. Maar zeven dagen en 1850 km later, landt hij met zijn vliegtuigje in Rabat, en wordt door resident-general Lyautey hoogstpersoonlijk ontvangen. Deze moderne manier van transport past helemaal in de visie van hoogste baas Lyautey die onmiddellijk één miljoen francs vrijmaakt om het avontuur te steunen. En met succes: twee jaar later worden 182.00 brieven getransporteerd, in 1922 passeert men de twee miljoen. Dat biedt meer kansen; Marokko is slechts een etappe op weg naar Senegal en verder, naar Brazilië. Er is echter één obstakel op weg naar Senegal : de woestijn en de vijandelijke stammen die er wonen. Daarom wordt er contact gelegd met de Spanjaarden die in het zuiden twee forten bezitten. Deze worden gebruikt om een tussenstop te maken. Cap Juby (nu Tarfaya) wordt het bekendst. In en rondom het fort valt niets te beleven, dus verdrijft Saint Exupery zijn verveling door te schrijven. 'Courrier Sud' gaat over het leven als piloot. 'Saint Ex' heeft een goede relatie met de bewoners van de woestijn, Hij leert zelfs hun taal spreken. Later inspireert het desolate landschap van de Sahara hem tot het schrijven van Le Petit Prince' . Casablanca is de stad waar de piloten elkaar ontmoeten. Mermoz, Guillaumet en Saint Exupery gaan uit eten in de restaurants aan de Boulevard de la Gare, nu Boulevard Mohamed V. Saint Exupery gebruikt het postpapier van 'Le Petit Poucet' om brieven te schrijven, waarbij hij tekeningen maakt in hem de zo typerende stijl.

(aristophilexpos.wordpress.com 18-3-2018)
En het blijft niet bij eten alleen, want ze feesten in jazzclubs en zoeken hun vertier in het 'quartier reservé' van Bousbir, een apart deel van de nieuwe stad waar prostituees hun klanten kunnen ontvangen. Over deze wijk een andere keer meer. In 1929 wordt Saint Exupery benoemd tot chef de l' Aeropostale in Argentinië. Helaas komen de drie mannen vroeg aan hun einde: Mermoz krijgt in 1936 pech boven de Atlantische oceaan en verdwijnt, Guillaumet et St Exupery komen om tijdens vuurgevechten in de tweede Wereldoorlog. Drie helden, wiens verhaal ik nu, als een soort herkansing van mijn mondeling, mag vertellen tijdens de rondleidingen! (Met dank aan Zamane no 25, novembre 2012)
| medaillon op het postkantoor Place Mohamed V Casablanca |
zaterdag 3 maart 2018
een bitter koekje
Terug met de laatste trein om 19.30 vanuit Casablanca. Geen tijd gehad om iets te eten, dus vlug een pakje biscuitjes gekocht die ik in de trein openmaak. Aan de andere kant van het gangpad zit een jongen van in de 20, die ook trek lijkt te hebben. Ik bied hem 'n koekje aan, maar hij blijkt meer behoefte te hebben aan een gesprek. In het Engels deze keer. Hij heeft namelijk na de middelbare school 2 jaar Engels gestudeerd en hij droomde er altijd al van met een toerist te kunnen praten. Dat ik niet zo'n toerist ben als hij denkt, geeft nog meer stof tot gesprek. Waarom ik in Marokko woon, wat ik vind van het land, wat ik in Casablanca deed. Ben ik getrouwd, heb ik kinderen? Ik moet vooral eens met zijn familie kennismaken. Deze vragen ben ik wel gewend en heb intussen wel de behendigheid ontwikkeld om ze te omzeilen. Dus zonder mijn hele leven bloot te leggen keuvelen we wat zodat hij z'n Engels kan oefenen. Dan is het míjn beurt om vragen te stellen. Waarom hij met zijn studie gestopt is, wat voor werk hij nu doet. En zo komt de harde realiteit van Marokko op tafel. Said, zo heet hij, is 24 jaar en de oudste van 3 kinderen. Zijn ouders komen uit een dorpje bij Casablanca en zijn jong getrouwd. Zijn moeder was 15 of 16 toen Said werd geboren, zijn vader 2 jaar ouder. Na het behalen van zijn 'Bac', is Said gaan studeren. Maar omdat zijn vader geen vaste baan heeft, moet Said ook zijn steentje bijdragen aan het huishouden. Hij is gestopt met zijn studie, heeft zich op de precaire arbeidsmarkt gewaagd. Volgens het Haut-Commisariat au Plan -een soort CPB- was 29,3 % van de jongeren tussen 15 en 24 jaar eind 2017 werkeloos. In dat opzicht heeft Said nog geluk: hij rijdt nu mee op een vrachtwagen om flessen water te sjouwen en af te leveren bij supermarkten. Niet zijn droombaan, maar die is sowieso niet voor hem weggelegd denkt hij. Want daarvoor moet je connecties hebben, mensen kennen die je aan 'n baantje helpen, zelfs als je er niet geschikt voor bent. Deze jongen verwoordt het harde leven van zoveel jongeren die niet hun droom kunnen verwezenlijken. Een jongen die in Nederland kansen zou hebben op basis van zijn studieresultaten en doorzettingsvermogen. Dit soort ontmoetingen maakt me verdrietig en boos tegelijk. Verdrietig om het lot van deze jongeren. En boos, omdat veel (rijke) mensen zich in Marokko niks aantrekken van deze jongeren, en hun vriendjes voortrekken die niet eens capabel zijn voor het werk dat ze in de schoot geworpen krijgen. Maar, zo zegt Said hoopvol, ééns, zal hij zijn studie vervolgen, inchallah!. Ik hoop van harte dat Allah het hem gunt.
zondag 25 februari 2018
snuffelen in de Archives Nationales in Rabat
Het stond al lang op mijn to-do-lijst: een dagje snuffelen in de archieven in Rabat. En inmiddels ben ik er al meerdere keren terug geweest! Voor een amateur als ik, op zoek naar tekeningen, correspondentie of dossiers over alles wat met El Jadida tijdens het Franse protectoraat (1912-1956), te maken heeft, is het een bijzondere plek. Het grote archief uit die periode ligt in Nantes, waar onze vriend Damien directeur was, voordat hij bij het Institut Francais in El Jadida ging werken. En informatie over 'Mazagan' zoals El Jadida in die periode werd genoemd, blijft tot nu toe nog beperkt. Maar er liggen in Rabat ook andere zaken die gewoon leuk zijn om te bekijken. Zo bleek doos E0808 correspondentie te bevatten over het wel of niet toelaten van een protestantse 'temple' op de 'Place Djemaa El Fna', één van de bekendste pleinen ter wereld. Nog steeds een overweldigend plein, maar niet meer zo 'pittoresque' als in de jaren 20, toen de brieven uit doos E0808 werden geschreven.
Generaal Lyautey, de hoogste baas van het Franse protectoraat, had een vooruitziende blik. Marokko was tot 1900 redelijk onaangetast door westerse invloed. Meteen na zijn aanstelling in 1912 besluit Lyautey de oude steden en paleizen te beschermen en restaureren. Ze zijn een trekpleister voor rijke toeristen uit Europa die de 1000-en-1-nacht-sfeer zoeken (nog steeds een belangrijke drijfveer voor velen). Voor hen worden dure hotels gebouwd, zoals het Mamounia in Marrakesh. Ook Franse militairen en 'colons' hebben behoefte aan rust en verkennen het land, net als zakenmensen uit Europa die in alle rust de enorme mogelijkheden om te investeren kunnen ervaren. Het toerisme maakt dankbaar gebruik van de moderne infrastructuur -autowegen, havens, hotels- die wordt aangelegd tijdens het protectoraat, om het pittoreske land te ontdekken. En om het pittoreske te behouden wordt op 26 april 1912 de Service des Antiquites et Monuments Historiques opgericht,
De brief op de foto is gericht aan de chef van deze Service Jules Borély. Welke ambtenaar hem heeft geschreven is moeilijk te achterhalen, wel is de brief vertrouwelijk! Onderwerp 1 bevat de aanvraag voor de bouw van een 'Temple Protestant' op het plein door Lord Mclay uit Glasgow. Ik denk dat de brief nu meteen in de prullenbak zou belanden, maar in 1927 werd er op hoog niveau uitgebreid over gecorrespondeerd! Blijkbaar ontstaan er ergernissen over en weer tussen de Services des B-Arts en de gemeente, want in een kort briefje 'à titre purement officieux et confidentiel' is te lezen dat de 'representant local' zich bij zijn eigen bevoegdheden moet houden, te weten de Esthetique en het Urbanisme. Enkele dagen later geeft een ambtenaar, - 'M. Borély zelf is te druk'- het antwoord aan de protestantse gemeenschap. Men ziet geen bezwaar in de bouw van een 'Temple' maar toestemming geven voor een gebedshuis op deze plek zou de 'pittoreske autochtone rijkdom van de stad' aantasten en nadelige gevolgen hebben voor het toerisme. Het plein moet juist beschermd worden tegen het oprukkend modernisme -busstations, garage's en pharmacies-. Een gebedshuis voor het groeiend aantal toeristen vindt men gerechtvaardigd bijvoorbeeld bij de Mamounia of in de Palmerai, maar niet op een plaats die sinds jaar en dag 'gereserveerd is voor: (alles op één hoop!!) ezels, bedelaars, publieke meisjes, .....apen en berberdansers, die het plein versieren. Bijna 100 jaar later geen spoor van de 'temple', maar de toeristen vergapen zich nog steeds aan de berberdansers, de apen en de ezels.
*(http://www.persee.fr/docAsPDF/outre_1631-0438_2011_num_98_370_4545.pdf)
woensdag 21 februari 2018
la securité routiére
Iedereen die al eens in El Jadida is geweest, kent de plek waar deze foto's zijn genomen. Officieel heet deze rotonde 'rond point de Marrakesh', maar in de volksmond staat het plein bekend als 'rond point de la mort'. Rond spitsuur is het hier een gekrioel van auto's, taxi's groot en klein, brommertjes, bussen,een enkele voetganger en een politieagent die (soms) het verkeer regelt. Om hier je weg te vinden moet je beschikken over een flinke dosis lef (hebben we inmiddels wel) en brutaliteit (ook dat hebben we geleerd). Een strategische plek dus, die deze scholieren hebben gekozen om te pleiten voor meer verkeersveiligheid op de Journée Nationale de la Sécurité Routière. En geen overbodige actie, want elke dag vallen er verkeersslachtoffers. In de eerste vijf maanden van 2017 zijn volgens de site van het Comité Nationale de la Prevention des Accidents de la Circulation 34418 verkeersongelukken geregistreerd, 9,06% meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. (en dan is de Ramadan in juni nog niet meegerekend, al wordt dit hier niet als risicofactor gezien) Het aantal doden is weliswaar met 6,64% gedaald tot 1195, maar dat betekent nog steeds dat er 8 mensen per dag omkomen in het verkeer. Belangrijkste oorzaak: het niet respecteren van de 'Code de la Route'. Statistieken over verkeersovertredingen binnen de stad laten zien dat 63,1% van de chauffeurs de STOP-borden negeert, en 40,5% geen voorrang aan verkeer van rechts verleent. Snelheidsovertredingen op de snelweg vallen hier dus niet onder. Bij iedere peage staan gendarmes snelheid te meten en even verderop houden hun collega's de overtreders aan. Dit in tegenstelling tot hun collega's in de stad, die niet altijd even consequent (eufemisme) mensen aanhouden en bekeuren. Hopelijk kan de jongen op de onderstaande foto snel carrière maken als agent, en gewoon de regels toepassen, zodat de ambitieuze doelstellingen van een nieuwe campagne, 25% minder doden in 2021 en 50% in 2026, kunnen worden behaald!
donderdag 8 februari 2018
Er was eens......
Kane ya makane, oftewel: Er was eens.......Kan ya makane is een stichting die zich sinds 2009 inzet voor de ontwikkeling van kinderen op het platteland. Door middel van theater- en creatieve ateliers als buitenschoolse activiteit, wil het schooluitval tegengaan. Vooral op het platteland is dit een groot probleem. Bovendien bieden drama en creatieve expressie kinderen de mogelijkheid om zich te ontwikkelen en zichzelf te ontdekken. Naast de expressievakken maken ook lessen FLE, Francais Langue Etrangère, deel uit van het programma Het idee is dat de kinderen hierdoor voldoende worden gemotiveerd om naar school te blijven komen. Want kinderen op het platteland hebben minder uren school dan in de stad. Eén van de redenen: thuis is elke helpende hand welkom. Het lesprogramma houdt hier echter geen rekening mee, zodat de leerlingen bij lange na niet aan het niveau van de methodes voldoen. Met als gevolg demotivatie en schooluitval. Om dit tegen te gaan werkt Kane Ya Makane samen met 17 scholen; bij Agadir, Marrakesh en El Jadida. Sinds een paar maanden draag ik hier samen met een vriendin mijn steentje aan bij. Elke donderdag rijden we naar een school in Sebt Dioub, zo'n 20 kilometer van El jadida op de weg naar Marrakesh. Op 'onze' school verzorgt Hicham de creatieve ateliers, wij 'animeren' 2 FLE-ateliers met elk 15 leerlingen van 11-12 jaar. Het is dankbaar werk, dit steuntje in de rug voor deze kinderen die volgend jaar hopelijk naar het college gaan. Tegelijkertijd biedt het ons weer een kijkje in het leven op het platteland. Sommige kinderen komen met paard en wagen naar school, anderen moeten lang lopen en zijn afwezig nu het veel regent. Collega's uit Amizmiz, in de Atlas, die we tijdens een scholing in Marrakesh spraken, werken al weken in de kou. Maar de gastvrijheid op onze school is hartverwarmend: elke week pauzeren we samen met de docenten en dan staat de tafel vol met lekkers. Olijven, croissants, mierzoete thee....En als we willen, kunnen we mee-lunchen, want de leerlingen krijgen iedere dag een maaltijd. Vandaag schaft de pot brood, gevuld met pasta uit een giga pan met dito roerspaan!
Abonneren op:
Posts (Atom)

